De anatomie van zoetwater bryzoën

Switch to English
English

  1. Introductie
  2. Weblog
  3. Dank
  4. Bronnen en links
  5. Beschrijving methode
  6. Zoeken

Definitie

[Ryland I] geeft de volgende definitie van bryozoŽn:

"Bryozoen zijn stilzittende, aquatische, kolonie vormende coelomates. Elke kolonie ontstaat door asexuele knopvorming vanuit een primaire zooide of ancestrula die wordt gevormd door de metamorphose van een sexueel geproduceerde larve, of vanuit een overlevingscapsule (statoblast) bij de zoetwater klasse Phylactolaemata; de zooiden blijven normaal gesproken in communicatie door de hele kolonie heen. Elke zooide heeft een ronde of hoefijzervormige lophophoor die om de mond heen licht en een reeks slanke en van zweepharen voorziene tentakels draagt. De rest van de zooide vormt een holte (de introvert), waarin de lophophore en de tentakels kan worden teruggetrokken. Bij de Phylactolaemaa is de mond afgeschermd met een overhangende flap (epistome). Het sprijsverteringskanaal is sterk gebogen, zo dat de anus nabij de mond uitmond, maar net buiten de lophophore. Bij de meeste soorten is het zenuwstelsel beperkt door een kleine zenuwknoop (ganglion) tussen de mond en de anus. Inwendige uitescheidingsorganen zijn afwezig. Er is geen ademhaling- of circulatie systeem. Kolonies, maar niet alle zooiden, zijn hermaphrodiet; simpele buisloze gonaden, ontstaan uit het peritoneum, laten voortplantingcellen (gameten) in de lichaamsholte (coelom) los, dat openingen naar buiten heeft voor de larven (coelomopores). Elke zooide scheid een rigide of gelatineuze wand af die steun voor de kolonie geeft. De klasse Gymnolaemata wordt gekarakteriseerd door het sterk ontwikkelde polymorphisme van de zooiden. De meeste bryozoen leven in de zee, sommige soorten leven in brak of zoet water."

De anatomie van een zooide

In de onderstaande figuur uit [Allman] zijn de belangrijkste elementen van de anatomie van een zooide aangegeven:
De lophophoor met daarop de tentakelkrans is goed te zien. aan de zijkant van de tentakels staan 'cilia', zweepharen, die gezamenlijk een waterstroom richting de mond veroorzaken.
De lophophoor met de tentakelkrans kan in het lichaam worden teruggetrokken door de 'retractor spier'. De andere spieren dienen voor het weer uitstulpen van de lophophoor en dus de tentakelkrans. De retractor spier is veel groter dan de andere spieren. De lophophoor en dus de tentakelkrans worden veel sneller ingetrokken (grote spier) dan weer uitgestulpt.
Binnen de lophophoor is de mond. Vandaaruit is er de slokdarm, maag, darm en anus, die buiten de lophophoor eindigd.
Ook de zenuwknoop (ganglion) is aangeduid.

De exocyst is de buitenste laag van de lichaamswand. De endocyst de binnenste laag.
De funiculus is een 'ligament', een pees, die de maag met de bodem van de lichaamswand verbindt, maar waar ook de statoblasten vormen (zie verderop).

De onderkant van de lichaamsholte is open getekend. Voor de meeste soorten zoetwater bryozoen geldt dat er een open, of vrijwel open, verbinding is tussen de zooiden. Dit maakt ook communicatie tussen zooiden mogelijk.

Belangrijk is ook dat de lichaamsholte gevuld is met vloeistof, waardoor er mogelijkheid is om de lophophoor en de tentakelkrans terug te trekken.

Wat niet is getekend is dat de zooide, of ten minste de kolonie, ergens vast is gehecht aan een substraat.

Ademhaling

Een zooide heeft geen speciale ademhaling organen. De zooide is klein genoeg om uitwisseling van zuurstof en kooldioxide met de omgeving door diffusie mogelijk te maken.

Statoblast vorming

In de onderstaande figuur uit [Allman] is aangegeven waar de statoblasten vormen - in de funniculus.

statoblast vorming

Sexuele voortplanting

In de onderstaande figuur uit [Allman] is aangegeven waar de sexuele voortplantingsorganen zich bevinden.
De larven kruipen als ze voldoende ontwikkeld zijn door een porie naast de lophophoor naar buiten.

voortplantingsorganen

De anatomie van een kolonie

De anatomie van een kolonie De onderstaande figuur uit [Allman] laat een kolonie van Fredericella sultana zien.
Duidelijk is dat ťťn kolonie meerdere zooiden bevat die in open verbinding met elkaar staan. De gezamenlijke buis splitst zich op diverse plekken om ruimte te geven voor nieuwe zooiden. Dit is een voorbeeld van een vertakkende kolonie. De zelfde basisprincipes gelden voor andere soorten. Soms is de gezamenlijke buis effectief verdwenen en staan de zooiden dicht tegen elkaar aan (b.v. Plumatella fungosa) of is de gezamenlijke buis versmolten (b.v. Lophopus crystallinus).
De andere extreme optie wordt gevonden bij Victorella pavida, die een gedeelde buis heeft, van waar uit de zooiden uitsteken. Hier is de gezamenlijke buis dus duidelijk herkenbaar.
P. fungosa P. fungosa bovenaanzicht